Ruminatiestoornis is een aandoening waarbij een persoon herhaaldelijk en bewust voedsel dat al gekauwd en ingeslikt is, terug in de mond laat komen, opnieuw kauwt en weer inslikt of uitspuugt.
Ruminatiesyndroom is zeldzaam, maar het syndroom is waarschijnlijk ondergediagnosticeerd in de klinische praktijk. Ruminatiestoornis wordt soms verward met eetstoornissen zoals boulimia, maar is een aparte gastro-intestinale aandoening.
Josefsson et al. (2021) stellen dat de wereldwijde prevalentie van ruminatiesyndroom 3,1% is, met depressie, angst, BMI en vrouwelijk geslacht als belangrijke factoren. Volgens Fredericks et al. (1998) heeft ongeveer 1 op de 10 mensen met een ernstige verstandelijke beperking in een instelling last van ruminatiestoornis. Dat laat zien dat deze stoornis vaker voorkomt in kwetsbare groepen dan gedacht wordt.
De belangrijkste symptomen van ruminatiestoornis zijn het terugkomen van onverteerd of deels verteerd voedsel, soms met gewichtsverlies of misselijkheid. De precieze oorzaak is nog niet duidelijk, maar stress en angst kunnen meespelen. Behandeling richt zich vaak op gedragstherapie, eventueel aangevuld met medicatie en veranderingen in eetgewoonten.
Wat is ruminatiestoornis?
Ruminatiestoornis is een gedragsstoornis waarbij iemand onverteerd of gedeeltelijk verteerd voedsel herkauwt. Dit wordt uit de maag opgebracht, herkauwd en doorgeslikt of uitgespuugd. Dit proces vindt plaats zonder misselijkheid, kokhalzen of walging. Het kan verward worden met aandoeningen als boulimia of gastro-oesofageale refluxziekte.
Symptomen zijn het herhaaldelijk opbrengen van voedsel, slechte adem, en gewichtsverlies. Oorzaken zijn niet exact bekend, maar stress lijkt een rol te spelen. De beste behandeling is vaak gedragstherapie om het herkauwen te stoppen.

Wat betekent ruminatie of rumineren van voedsel?
Ruminatie of rumineren van voedsel betekent dat iemand eerder ingenomen voedsel bewust weer omhoogbrengt, herkauwt en opnieuw doorslikt of uitspuugt, zonder dat er sprake is van misselijkheid of een reflex zoals braken.
Dit verschijnsel staat centraal bij ruminatiestoornis, een eetstoornis die vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd als boulimia of maagklachten. Het herhaaldelijk terughalen van voedsel kan leiden tot gewichtsverlies, slechte adem en sociale problemen.
Zoals eerder genoemd, spelen stress en gedragsfactoren een rol. Daarom is gedragstherapie vaak de meest effectieve behandeling, omdat deze mensen helpt het herkauwgedrag te doorbreken en een gezonder eetpatroon te ontwikkelen.
Is rumanitie syndroom gevaarlijk?
Ja, ruminatie syndroom kan gevaarlijk zijn, vooral door gewichtsverlies, voedingstekorten en schade aan tanden of slokdarm.
Zoals eerder genoemd, leidt het herhaaldelijk herkauwen en doorslikken of uitspugen van voedsel niet alleen tot sociale problemen en slechte adem, maar kan het ook ernstige lichamelijke gevolgen hebben. Daarom is het belangrijk om tijdig behandeling, vaak in de vorm van gedragstherapie, te starten.
Wat zijn de symptomen van ruminatiestoornis?
Onder symptomen van ruminatiestoornis valt het herhaaldelijk opboeren of herkauwen van voedsel kort na de maaltijd. Volgens DSM-5 criteria moet dit gedrag minstens een maand voorkomen, niet alleen tijdens episodes van anorexia of boulimia, en niet toewijsbaar aan een medische aandoening.
De regurgitatie is moeiteloos, zonder misselijkheid, en kan leiden tot gewichtsverlies of voedingsproblemen. Buikpijn of druk wordt vaak verlicht door de regurgitatie.
Chial et al. (2003) toonden aan dat 73% van de kinderen en adolescenten met ruminatiestoornis school of werk miste, en 46% werd opgenomen vanwege symptomen. Het is belangrijk om een zorgprofessional te raadplegen bij aanhoudende symptomen, aangezien deze kunnen leiden tot complicaties zoals ongezond gewichtsverlies, slijtage van het gebit en sociale isolatie.
Wat zijn de onderliggende oorzaken van ruminatie syndroom?
De onderliggende oorzaken van een ruminatie syndroom zijn complex. Stressvolle gebeurtenissen en slechte copingmechanismen worden vaak geassocieerd met het ontstaan van de stoornis. Medische aandoeningen zoals gastro-oesofageale refluxziekte (GERD) kunnen ook een rol spelen.
Psychologische factoren, zoals angststoornissen en psychiatrische ziekten, verhogen het risico. Bij mensen met intellectuele beperkingen komt het vaker voor. De studie van Amarnath, R., Abell, T., & Malagelada, J. (1986) meldt 12 gevallen van ruminatiestoornis bij volwassenen, waarvan negen opmerkelijke persoonlijkheidsstoornissen hadden. Dit suggereert dat er een link is tussen ruminatie en psychische gezondheid.
Genetische aanleg wordt gesuggereerd, maar het exacte mechanisme is nog niet volledig begrepen. De combinatie van deze factoren leidt tot het onbewust aanleren van gedrag dat de regurgitatie van de maaginhoud bevordert.
Is ruminatie van eten gerelateerd aan autisme?
Nee, ruminatiestoornis is niet direct gerelateerd aan autisme. Bij autismespectrumstoornis (ASD) kunnen andere eetproblemen voorkomen, zoals selectief eten door sensorische gevoeligheden. De prevalentie van ruminatie bij individuen met autisme is niet exact bekend, maar eetproblemen zijn wel vaker geassocieerd met ASD.
In sommige gevallen kan ruminatie bij kinderen met autisme voorkomen, maar het is geen gemeenschappelijk kenmerk van ASD.
Wat is de beste behandeling voor ruminatiestoornis?
Men moet elke hap goed kauwen en symptomen herkennen. Medicatie zoals protonpompremmers, esomeprazol of omeprazol, kan voorgeschreven worden. Medicijnen werken in samenhang met een zorgprofessional of psycholoog om een gepersonaliseerd plan te ontwikkelen.
De beste behandeling voor een eetstoornis als ruminatiestoornis is gedragstherapie, gecombineerd met ademhalingsoefeningen. Diaphragmatisch ademen ontspant de buik en helpt het middenrif correct te werken. Bij het eten: niet liggen, knieën buigen, handen plaatsen op de buik. Diep inademen, buik uitzetten, uitademen langzaam, buik indrukken. Herhaal meerdere keren.
Is medicatie effectief voor ruminatiestoornis?
Nee, medicatie wordt niet als de meest effectieve behandeloptie voor ruminatiestoornis beschouwd. Gedragstherapie staat centraal; het geeft controle over het ruminatieproces. Ademhalingsoefeningen, zoals diafragmatische ademhaling, zijn essentieel. Deze techniek helpt het middenrif correct te gebruiken en de buik te ontspannen.
Soms worden medicijnen zoals protonpompremmers, esomeprazol of omeprazol voorgeschreven, maar deze werken in combinatie met gedragstherapie.
Waarom werken ademhalingsoefeningen voor ruminatiestoornis?
Ademhalingsoefeningen werken goed voor ruminatiestoornis omdat ze effectief de neiging tot herkauwen stoppen. Volgens Halland et al. (2016) in “Neurogastroenterology & Motility”, helpt diafragmatisch ademen, versterkt met biofeedbacktherapie, bij het verminderen van ruminatie bij personen met het syndroom.
Deze techniek beïnvloedt mogelijk de functie van de bovenste slokdarmsfincter en de slokdarm-maagovergang. Door het diafragma correct te gebruiken, krijgen mensen controle over de spieren die betrokken zijn bij de regurgitatie.
Is ruminatiestoornis een eetstoornis?
Ja, ruminatiestoornis is een eetstoornis en wordt geclassificeerd als een voedings- en eetstoornis in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Vijfde Editie (DSM-5).
Volgens Eckern, Stevens en Mitchell (1999) in ‘The International Journal of Eating Disorders’, voldeed zeven van de acht vrouwelijke deelnemers met ruminatie aan de huidige of eerdere criteria voor een Axis I-stoornis, waarvan vijf een huidige of eerdere eetstoornis hadden. Het syndroom komt exclusief voor buiten de context van anorexia of boulimia nervosa en is niet toe te schrijven aan een verstoring in de voedselinname.
What is regurgitatie versus ruminatie?
Regurgitatie en ruminatie zijn twee verschillende aandoeningen. Regurgitatie is het terugstromen van onverteerd of gedeeltelijk verteerd voedsel vanuit de maag naar de mond. Dit gebeurt vaak zonder misselijkheid of krachtig overgeven. Het kan veroorzaakt worden door medische condities zoals gastro-oesofageale refluxziekte of gastroparese.
Ruminitatie is een gedragsstoornis waarbij een persoon voedsel opzettelijk terugbrengt, herkauwt en opnieuw inslikt. Dit gedrag is bewust en treedt meestal kort na de maaltijd op. Ruminitatiesyndroom kenmerkt zich door een toename van de abdominale druk. De oorzaken van beide aandoeningen zijn verschillend en ze manifesteren zich op unieke wijzen.


